
Kan het vervangen van de lampen je proces echt versnellen?
Als je een PET-machine van gemiddelde kwaliteit hebt, weet je vast hoe lastig het kan zijn om de juiste temperatuur te bereiken. Je haalt een fles uit de machine en ziet vervelende strepen op het oppervlak van de fles, of plekken waar de wand van de fles te dun is en op andere plekken juist te dik.
De meeste mensen proberen eerst het mechanische systeem aan te passen, in de veronderstelling dat dat het probleem is. Maar eerlijk gezegd komt het meestal neer op de manier waarop de warmte in het plastic terechtkomt.
Als je IR-lampen oud of van lage kwaliteit zijn, kun je beter overwegen ze te vervangen door lampen met een hogere dichtheid aan warmte. Dit kan je productiecyclus daadwerkelijk versnellen.
Over de warmtedichtheid
PET-machines maken gebruik van kortegolffrequentie IR-straalings om het plastic snel op te warmen. Het gaat hier om de hoeveelheid warmte die per vierkante centimeter wordt gegenereerd.
Als je een lamp met een hoger vermogen gebruikt, wordt er meer energie in elke vierkante centimeter geplaatst. Hierdoor wordt het plastic veel sneller op temperatuur gebracht. Bovendien zorgt een betere warmteverdeling voor minder ‘koude plekken’. Als de warmte gelijkmatig is, kun je de machine harder laten werken, zonder bang te zijn dat de flessen kapotgaan.
Kwarts en halogeen
We gebruiken kwartsglas met een dikke wand, omdat dit materiaal bestand is tegen de constante hitte en kou. Binnenin worden halogeen-gassen gebruikt. Dit voorkomt dat het wolframdraad te snel verdampt, zodat je de lampen niet elke paar weken hoeft te vervangen.
Een tipsje: let goed op de verbindingen. Of je nu R7s of SK15 gebruikt, zorg ervoor dat ze goed vastzitten. Een slappe verbinding zorgt voor weerstand, waardoor er kortsluiting kan optreden. Er is niets ergers dan wanneer je de oven opent en ontdekt dat de verbindingen gesmolten zijn.
De nadelen (want er zijn altijd nadelen)
Het vervangen van de lampen is geen magische oplossing zonder nadelen. Meer vermogen betekent dat er meer warmte in het apparaat terechtkomt. Voordat je iets verandert, moet je controleren of je koelventilatoren goed werken. Als de ventilatie niet goed is, kunnen de sensoren beschadigen, waardoor de temperatuurmetingen chaotisch worden.
En vergeet vooral niet om je stroomvoorziening te controleren. Zorg ervoor dat deze voldoende stroom kan leveren, voordat je alles aansluit. Je wilt immers niet dat de stekker losraakt middenin een productiecyclus.